Verdeling verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen bij co-ouderschap

Rechtbank Utrecht, 25-04-2012, LJN: BW4258; 317504 / FA RK 11-8018,  (Bron: rechtspraak.nl)

Samenvatting

Partijen zijn gewezen echtelieden. Uit hun huwelijk zijn twee thans nog minderjarige kinderen geboren. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen. Partijen hebben op 2 november 2010 een ouderschapsplan ondertekend, waarin zij co-ouderschap zijn overeengekomen. Partijen zijn verder overeengekomen dat iedere partij de dagelijkse kosten van de kinderen voldoet in de periode dat ze bij hen zijn en dat de vrouw de verblijfsoverstijgende kosten betaalt. De man voldoet ter vergoeding hiervan aan de vrouw een bedrag van € 76,50 per kind per maand. Dit ouderschapsplan maakt deel uit van de echtscheidingsbeschikking. De vrouw verzoekt de rechtbank te bepalen dat de man met ingang van 6 oktober 2011 een bedrag van € 384,25 per kind per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding aan de vrouw dient te voldoen. De vrouw stelt dat het bedrag van € 76,50 waarmee de man bijdraagt in de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen onvoldoende is om in alle kosten te voorzien.

De rechtbank overweegt als volgt:

Een verdeling van de behoefte van de kinderen naar rato van draagkracht betekent dat de man een bijdrage in de kosten van de kinderen dient te leveren van € 349,- per kind per maand, inclusief het fiscaal voordeel in verband met de aftrek buitengewone uitgaven voor kinderen voor één van de twee kinderen van partijen. De rechtbank brengt hierop in mindering het eigen aandeel van de man in de extra kosten van wonen van de kinderen van € 97,70 per kind per maand (16% van het hiervoor berekende eigen aandeel in de kosten van de kinderen van € 610,70 per kind per maand) en de verblijfskosten van de kinderen van € 96,25 per kind per maand, zoals door de vrouw zo begroot en door de man niet betwist. De door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen bedraagt hiermee afgerond € 155,- per kind per maand.

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat partijen het er over eens zijn dat de vrouw altijd de verblijfsoverstijgende uitgaven voor de kinderen regelde.

Conclusie:

Nu de vrouw daarnaast stelt dat de verdeling van de kosten van de kinderen tot discussie en spanningen leidt, ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat de vrouw met de door de man te betalen bijdrage van € 155,- per kind per maand en haar eigen aandeel in de kosten van de kinderen de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen dient te voldoen.

Share

Auteur: tremanormen.nl

Specialist in het berekenen van kinderalimentatie, partneralimentatie, draagkrachtvergelijking en behoefteberekeningen