Tuchtrecht advocaten; Zorg voor de cliënt.

Bron: tuchtrecht.overheid.nl, advocaten, uitspraak 16 april 2012, nummer YA2805

‘s-Gravenhage

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Bij brief aan de Raad van 9 augustus 2011 met kenmerk K109 2010/2011, door de Raad ontvangen op 9 augustus 2011, heeft de deken van de Orde van Advocaten bij de Hoge Raad der Nederlanden de klacht ter kennis van de Raad gebracht.

1.2 De klacht is behandeld ter zitting van de raad van 20 februari 2012 in aanwezigheid van klager en verweerder. Klager werd ter zitting bijgestaan door de heer D. Greveling van Greveling Rechtshulp. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.3 De Raad heeft kennis genomen van de stukken die op grond van het bepaalde in artikel 49 lid 2 van de Advocatenwet ten kantore van de griffier ter inzage hebben gelegen.

2 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van de volgende vaststaande feiten uitgegaan:

2.1 Verweerder heeft klager en zijn echtgenote bijgestaan in het kader van een echtscheidingsprocedure op gemeenschappelijk verzoek.

2.2 Verweerder is sedert 19 februari 2009 niet meer als advocaat op het tableau ingeschreven.

2.3 Verweerder heeft zijn kantoorgenote, mr. F., verzocht een draagkrachtberekening te maken, hetgeen op 22 januari 2009 is geschied.

2.4 Op 11 februari 2009 is door partijen het echtscheidingsconvenant getekend waarin de door de kantoorgenoot van verweerder berekende kinder- en partneralimentatie is opgenomen.

2.5 Wegens de beëindiging van de werkzaamheden van verweerder als advocaat is mr. F. vervolgens als procesadvocaat opgetreden in de echtscheidingsprocedure op gemeenschappelijk verzoek.

2.6 Bij brief met bijlagen van 3 januari 2011 heeft klager zich bij de deken beklaagd over verweerder.

3 KLACHT

3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de tuchtrechtelijke norm van artikel 46 Advocatenwet.

3.2 Meer in het bijzonder verwijt klager verweerder dat hij ten onrechte geen rekening heeft gehouden met alle door hem aangevoerde lasten en persoonlijke omstandigheden, hetgeen ten onrechte voor klager heeft geleid tot een draagkracht van € 550,– per maand voor kinderalimentatie en € 674,00 ter zake partneralimentatie. Klager is van mening dat hij door de onjuiste berekening van verweerder over de periode 1 maart 2009 tot en met 31 december 2010 is benadeeld voor een bedrag van € 8.041,60, exclusief € 372,62 per maand vanaf 1 januari 2011. Klager heeft verweerder verzocht de gemaakte fout in de draagkrachtberekening te herstellen, aan welk verzoek niet is voldaan. Klager is van mening dat de schade die hij heeft geleden ten gevolge van de onjuiste berekening door (het kantoor van) verweerder aan hem dient te worden vergoed.

4 VERWEER

4.1 Verweerder heeft gesteld dat de klacht niet-ontvankelijk is nu hij sedert februari 2009 niet langer is ingeschreven als advocaat.

4.2 Verweerder heeft gesteld dat hij niet kan beoordelen of er een beroepsfout is gemaakt en aangevoerd dat de deken en de Raad van Discipline niet het forum zijn waar beroepsfouten worden vastgesteld.

4.3 Verweerder is van mening dat indien er sprake is van financiële schade ten gevolge van een door hem gemaakte fout de beroepsaansprakelijkheids-verzekeraar dient te worden geïnformeerd.

4.4 Verweerder kan, nu hij sinds medio februari 2009 geen advocaat meer is, de gestelde beroepsfout niet meer herstellen.

4.5 Verweerder heeft voorts aangevoerd dat klagers stellingen betreffende de beroepsfout niet althans onvoldoende zijn onderbouwd.

5 BEOORDELING

5.1 Het feit dat verweerder zich op 19 februari 2009 heeft laten schrappen van het tableau leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van de klacht. Klager heeft voldoende belang bij de door hem tegen verweerder ingediende klacht en de klacht ziet op werkzaamheden van verweerder in de periode dat hij als advocaat was ingeschreven. Gelet hierop is de klacht tegen verweerder ontvankelijk.

5.2 De kern van de klacht is klagers stelling dat hij door toedoen van verweerder schade heeft geleden ten gevolge van een onjuiste alimentatieberekening. De beoordeling van de juistheid van klagers stelling en de mogelijke vordering tot schadevergoeding is echter voorbehouden aan de civiele rechter, daarbij heeft de tuchtrechter geen taak.

5.3 Een kantoorgenoot van verweerder heeft de betreffende kwestie bij de aansprakelijkheidsverzekeraar aangemeld die de zaak blijkens een brief van 21 februari 2011 in behandeling heeft genomen. De Raad gaat er vanuit dat de aanmelding bij de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar ook geldt voor de door verweerder aan klager verleende bijstand. Voorts heeft de kantoorgenoot van verweerder bij brief van 25 mei 2011 een aanbod gedaan om de advocaatkosten tot een bedrag van € 2.000,– exclusief de BTW te vergoeden, voor het geval klager een rechterlijk oordeel wenst te krijgen over de vraag of de alimentatie al dan niet conform de wettelijke maatstaven is vastgesteld.

5.4 Het stond verweerder en zijn kantoorgenote niet vrij klager bij te staan, nu klagers (voormalig) echtgenote hiertegen bezwaar had gemaakt en zij voordien voor partijen gezamenlijk hebben opgetreden. Het was voor verweerder en zijn kantoorgenote dan ook niet mogelijk een nieuwe draagkrachtberekening op te stellen.

5.5 Gelet op het vorenstaande is de Raad van oordeel dat verweerder – naar de omstandigheden – adequaat op de door klager gestelde beroepsfout heeft gereageerd en is dan ook van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. De klacht is ongegrond.

6 BESLISSING

De Raad van Discipline:

– acht de klacht ongegrond.

Aldus gewezen door mr. P.H. Veling, plaatsvervangend voorzitter, mr. W.P. Brussaard, mr. J.A. van Keulen, mr. P.C.M. van Schijndel en mr. A.J.N. van Stigt, leden, bijgestaan door mr. M. Boender-Radder als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 16 april 2012.

griffier voorzitter

Deze beslissing is in afschrift op 17 april 2012 per aangetekende brief verzonden aan:

– klager

– verweerster

– de deken van de Orde van Advocaten bij de Hoge Raad der Nederlanden

– de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten.

N.B.: Tegen deze beslissing is hoger beroep ingesteld bij het Hof van Discipline.

In deze zaak gaat het om de beantwoording van de vraag:

  • òf de klacht van klager, of onderdelen daarvan, gegrond dient te worden verklaard;
  • òf het voorlopig oordeel van de Deken van 11 juli 2011 in stand kan blijven;
  • òf mr. F. en mr. B. jegens klager de zorgvuldigheid hebben betracht die bij een behoorlijke rechtshulpverlening betaamt, respectievelijk of zij hebben gehandeld in strijd met artikel 48, lid 7 van de Advocatenwet;
  • òf mr. F. en mr. B. jegens klager hebben gehandeld in strijd met gedragsregel 8.

De klacht heeft betrekking op de kwaliteit van de dienstverlening van mr. F. en mr. B. Klager is van oordeel, dat mr. F. en mr. B. voor de wijze waarop zij de belangen van hun cliënt hebben behartigd ten volle verantwoordelijk zijn. De tuchtrechter dient in dit opzicht naar de mening van klager te beoordelen of sprake is van enig handelen of nalaten van de advocaat in strijd met de zorg die de advocaat behoort te betrachten ten opzichte van degenen wier belangen hij of zij behartigt of behoort te behartigen.

Uit de aan de raad als bijlage twee bij zijn klacht van 3 januari 2011 overgelegde draagkrachtberekening blijkt, dat mr. F. (op verzoek van mr. B. en aan de hand van diens als bijlage één door klager bij zijn klacht van 3 januari 2011 overgelegde notitie) een draagkrachtberekening heeft gemaakt.

Strijdig met gedragsregel 8, blijkt uit geen van de aan de raad zich op de overgelegde inventarislijst genummerde stukken 1 tot en met 9 met de daarbij gevoegde bijlagen/producties, dat mr. F. en/of mr. B. hetzij mondeling dan wel schriftelijk aan klager en diens gewezen echtgenote tekst en uitleg hebben gegeven over:

  1. waarom er in de draagkrachtberekening gekozen is voor de Zelfstandigenaftrek van € 6.986 in plaats van het in aanmerking te nemen bedrag van € 7.087 waarop klager in 2009 recht had;
  2. waarom er in de draagkrachtberekening ter zake de MKB Winstvrijstelling geen bedrag is opgenomen, terwijl deze voor klager € 4.506 bedraagt;
  3. waarom er in het bruto-traject in de draagkrachtberekening geen rekening is gehouden met de oudedagsvoorziening van € 100 per maand;
  4. waarom er in de draagkrachtberekening geen rekening is gehouden met de inkomsten van de nieuwe partner van klager ter grootte van € 700 per maand, terwijl die inkomsten onvoldoende waren om in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien en die inkomsten blijken uit de notitie van mr. B. van 20 januari 2009;
  5. waarom er in de draagkrachtberekening een bedrag van € 872 als bijstandsnorm is opgenomen in afwijking van de bijstandsnorm voor samenwoners of echtparen. Op 20 januari 2009 behoorde volgens de werkgroep alimentatie van de NVvR in het geval van klager als bijstandsnorm een bedrag van € 1.284 te worden opgenomen;
  6. waarom er in de draagkrachtberekening met een bedrag van slechts € 45 ter zake de aan de woonlasten verbonden verzekering rekening is gehouden, terwijl uit de notitie van mr. B. van 20 januari 2009 blijkt, dat die kosten € 90,25 per maand bedragen;
  7. waarom er in de draagkrachtberekening ter zake de aan de ziektekostenverzekering verbonden premie een bedrag van € 109 is opgenomen, terwijl uit de notitie van mr. B. van 20 januari 2009 blijkt, dat die premie € 150 per maand bedraagt voor klager en er met een bedrag ter zake premie ziektekostenverzekering van de partner in het geheel geen rekening is gehouden;
  8. waarom er in de draagkrachtberekening geen rekening is gehouden met een door klager te betalen Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, terwijl deze voor klager € 129 per maand bedraagt en deze post in het alimentatiereken-programma nota bene voorkomt;
  9. waarom er in de draagkrachtberekening in het netto-traject geen rekening is gehouden met de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering van € 3.012 per jaar, terwijl deze wel voorkomt in het bruto-traject en daardoor een hoger netto-besteedbaar inkomen weergeeft;
  10. waarom er in 2009 in de draagkrachtberekening geen rekening is gehouden met de premie begrafenisverzekering van € 9,80 per maand;
  11. en last but not least, waarom er in de draagkrachtberekening met een draagkrachtpercentage van 60 in plaats van 45% rekening is gehouden, terwijl uit de notitie van mr. B. van 20 januari 2009 blijkt, dat er sprake is van samenwoning met een nieuwe partner. Op 20 januari 2009 behoorde volgens de werkgroep alimentatie van de NVvR in het geval van klager gerekend te worden met 45% als draagkrachtpercentage.

Het voorlopig oordeel van de Deken en de beslissing van de Raad, gaan aan de onder 1 tot en met 11 genoemde punten ten onrechte geheel voorbij.

Op basis van gedragsregel 8 dient een advocaat waar nodig ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil belangrijke informatie als genoemd onder 1 tot en met 11 en afspraken daarover schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen. In het geval van klager is dat nagelaten. Het voorlopig oordeel van de Deken en de beslissing van de Raad, reppen ook daar met geen woord over.

Onjuist is bovendien, dat de hiervoor onder 1 tot en met 11 genoemde punten met klager en zijn gewezen echtgenote zijn besproken. Het voorlopig oordeel van de Deken en de beslissing van de Raad, reppen ook daar met geen woord over.

Onjuist is eveneens, dat mr. B. klager kosteloos heeft bijgestaan. Dat blijkt immers ook niet uit de door mr. F. bij haar reactie van 26 januari 2011 overgelegde prod. 1. Uit die productie blijkt immers, dat mr. B. klager bijstaat tegen een uurtarief van € 150 excl. BTW, kosten en kantoorkosten. Het voorlopig oordeel van de Deken en de beslissing van de Raad, reppen ook daar met geen woord over.

Uit een email van 3 februari 2009 blijkt volgens mr. F., dat ook de boekhouder van klager geen onduidelijkheden heeft geconstateerd. De boekhouder heeft verklaard, dat hij heeft kennisgenomen van de draagkrachtberekening en tevens dat hij, aangezien hij geen verstand heeft van de draagkrachtberekening alleen heeft gekeken naar de omschreven bedrijfsgegevens. Een kopie van die verklaring is aan de Raad overgelegd.

Onjuist is de stelling van mr. F., dat zij de draagkrachtberekening op basis van de haar aangeleverde informatie op een deugdelijke wijze heeft opgesteld en dat er geen sprake is van onzorgvuldig handelen harerzijds. Gemakshalve verwijs ik naar de hiervoor onder 1 tot en met 11 genoemde opmerkingen. Het voorlopig oordeel van de Deken en de beslissing van de Raad, reppen ook daar met geen woord over.

Onjuist is eveneens, dat mr. B. van mening is, dat de stelling van klager betreffende een beroepsfout, door klager niet, althans onvoldoende, heeft onderbouwd. Gemakshalve is namens klager verwezen naar de op de overgelegde inventarislijst weergegeven genummerde stukken 1 tot en met 9.

Onjuist is tevens, dat mr. F. op 25 mei 2011 een aanbod heeft gedaan om de kosten van herberekening van de draagkracht van een andere advocaat voor een bedrag van € 2.000 aan klager te vergoeden. Dat blijkt immers niet uit de mail van 25 mei 2011. Uit die email blijkt: “[…] Indien u uw standpunt, te weten dat de alimentatie niet conform de wettelijke maatstaven is vastgesteld, door een rechter bevestigd wenst te zien, is mijn kantoor bereid om aan u de advocaatkosten tot een bedrag van € 2.000 exclusief BTW te vergoeden. […]”. Gelet op artikel 8 van het echtscheidingsconvenant was en is dat niet mogelijk, gelet op het in artikel 8 opgenomen niet-wijzigingsbeding. Het voorlopig oordeel van de Deken en de beslissing van de Raad, reppen ook daar met geen woord over.

Onjuist is derhalve het oordeel van de Deken en de Raad, dat “Als aan het voorgaande is voldaan, dat mr. F. en mr. B. adequaat op de door klager gestelde beroepsfout hebben gereageerd. Onjuist en niet gepast is eveneens de passage in het voorlopig oordeel van de Deken en de uitspraak van de Raad: “Alsdan ben ik, respectievelijk: is de Raad, van oordeel dat er geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen”.

Wordt vervolgd.

Share

Auteur: tremanormen.nl

Specialist in het berekenen van kinderalimentatie, partneralimentatie, draagkrachtvergelijking en behoefteberekeningen