Partneralimentatieduur naar vijf jaar per 1 januari 2020

De inwerkingtreding van de Wet van 18 juli 2019 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de herziening van het stelsel van partneralimentatie (Wet herziening partneralimentatie) (Stb. Besluit van 17 september 2019 tot vaststelling van het tijdstip van 2019, 283) treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

Op dit moment bedraagt de wettelijke onderhoudsverplichting jegens de ex-echtgenoot of ex-geregistreerd partner 12 jaar, te rekenen vanaf de datum ontbinding van het huwelijk of geregistreerd partnerschap. Wat ik hierna schrijf over huwelijken en echtscheiding geldt ook het geregistreerd partnerschap en de ontbinding daarvan. Alleen voor huwelijken die korter dan 5 jaar hebben geduurd en kinderloos zijn gebleven, geldt een kortere termijn, te weten een termijn die gelijk is aan de duur van het huwelijk.

Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet is de basisregel dat de termijn gelijk is aan de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar. Voor een huwelijk dat 6 jaar heeft geduurd, geldt dus een termijn van 3 jaar en voor een huwelijk dat 12 jaar heeft geduurd een termijn van 5 jaar.

Er zijn twee uitzonderingen, te weten voor langdurige huwelijken en voor huwelijken met jonge kinderen.

Bij huwelijken langer dan 15 jaar, waarbij de leeftijd van de alimentatiegerechtigde ten hoogste 10 jaar lager is dan de AOW-leeftijd, wordt de duur van de partneralimentatie maximaal 10 jaar. Alimentatiegerechtigden van 50 jaar en ouder die langer dan 15 jaar zijn getrouwd, hebben recht op 10 jaar alimentatie. Deze extra maatregel vervalt na 7 jaar.
Bij huwelijken met kinderen, die de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt, wordt de duur van de partneralimentatie maximaal 12 jaar. De termijn loopt in dat geval tot aan het moment dat het jongste kind de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt.

Voor schrijnende gevallen bestaat de mogelijkheid om op verzoek een langere termijn toe te kennen (de zogenaamde hardheidsclausule). Deze clausule houdt in dat als de beƫindiging van de alimentatie als gevolg van het verstrijken van de termijn van zo ingrijpende aard is dat ongewijzigde handhaving hiervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden gevergd van de alimentatiegerechtigde, de rechter op diens verzoek een nadere termijn kan vaststellen. Een dergelijk verzoek moet worden ingediend voordat drie maanden na beƫindiging van de alimentatie zijn verstreken.

In vrijwel de meeste gevallen zal de partneralimentatieduur korter worden, uitzonderingen daargelaten. De rekensystematiek wijzigt echter niet en op basis van de hardheidsclausule kan een langere termijn dan de standaardtermijn worden bepaald.

Share