Kan bij verhaal op grond van de WWB de huishoudtoets worden toegepast?

Kan in het kader van verhaal op grond van de WWB de huishoudtoets worden toegepast in het geval van de onderhoudsplichtige op het adres van zijn ouders staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie? Kunnen op grond van de huishoudtoest de inkomens van de ouders worden betrokken bij de vraag of de onderhoudsplichtige een onderhoudsbijdrage kan voldoen?

De rechtbank beantwoordt de vragen ontkennend.

Uit de huidige wettekst van de WWB en de memorie van de toelichting bij de wetswijziging van 1 januari 2012 blijkt dat de uitbreiding van het begrip gezin en de invoering van de huishoudtoets enkel zien op het recht op bijstand. De invoering van deze huishoudtoets is immers ook niet doorgevoerd bij de in de WWB opgenomen artikelen met betrekking tot het verhalen van de bijdrage op de onderhoudsplichtige. Nu ook de parlementaire geschiedenis geen grondslag biedt voor een analoge toepassing van de huishoudtoets bij de verhaalsbepalingen, zal de rechtbank het beroep van de gemeente op deze huishoudtoets verwerpen.

Bron: Rechtspraak.nl (27 april 2012 LJN: BW4589, Rechtbank ‘s-Hertogenbosch , 241134 / FA RK 11-7187)

Belangrijke wijzigingen die van invloed kunnen zijn op uw draagkracht

Sinds 1 januari 2012 is de maximumleeftijd waarop recht bestaat op persoonsgebondenaftrek voor uitgaven voor  kosten van levensonderhoud verlaagd tot 21 jaar (voorheen 30 jaar). Het minimumbedrag dat recht geeft op aftrek van uitgaven voor kosten van levensonderhoud van kinderen jonger dan 21 jaar bedraagt € 136 per maand.

Sinds 1 januari 2012 is het maximaal bijdrageloon van de fiscale bijtelling inkomensafhankelijke bijdrage ZVW € 50.064 (voorheen € 33.427). Deze wijziging is op iedereen van toepassing, derhalve ook op een DGA en een zelfstandig ondernemer.

Lenteakkoord kent ook bittere gevolgen voor de hoogte van de reeds vastgestelde alimentatie.

Werkend Nederland moet de grootste klappen opvangen van de ingrijpende maatregelen van de Kunduz coalitie.

De btw-verhoging per 1 oktober 2012 van het hoge tarief van 19- naar 21% (dit is een stijging van meer dan 10% !!!), de eigen bijdrage verhoging en een hoger eigen risico van  € 220 per jaar naar € 350 per jaar (dit is een stijging van meer dan 59% !!!) zijn de gevolgen van de voorgestelde maatregelen door de Kunduz coalitie. Wie reiskosten maakt voor woon-werkverkeer wordt fors extra belast door het afschaffen van de nu nog onbelaste reiskostenvergoeding en kan honderden euro´s per jaar meer kwijt zijn om inkomsten te verwerven.

Door de alsmaar stijgende werkeloosheid en lastenverzwaringen vanwege de economische crisis, is het niet ondenkbaar, dat de onderling overeengekomen- of door de rechter opgelegde kinderalimentatie en/of partneralimentatie niet meer in overeenstemming is met uw draagkracht.

Wellicht dat een herberekening ook voor u op korte termijn al voordeel op kan leveren.

Verdeling verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen bij co-ouderschap

Rechtbank Utrecht, 25-04-2012, LJN: BW4258; 317504 / FA RK 11-8018,  (Bron: rechtspraak.nl)

Samenvatting

Partijen zijn gewezen echtelieden. Uit hun huwelijk zijn twee thans nog minderjarige kinderen geboren. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen. Partijen hebben op 2 november 2010 een ouderschapsplan ondertekend, waarin zij co-ouderschap zijn overeengekomen. Partijen zijn verder overeengekomen dat iedere partij de dagelijkse kosten van de kinderen voldoet in de periode dat ze bij hen zijn en dat de vrouw de verblijfsoverstijgende kosten betaalt. De man voldoet ter vergoeding hiervan aan de vrouw een bedrag van € 76,50 per kind per maand. Dit ouderschapsplan maakt deel uit van de echtscheidingsbeschikking. De vrouw verzoekt de rechtbank te bepalen dat de man met ingang van 6 oktober 2011 een bedrag van € 384,25 per kind per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding aan de vrouw dient te voldoen. De vrouw stelt dat het bedrag van € 76,50 waarmee de man bijdraagt in de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen onvoldoende is om in alle kosten te voorzien.

De rechtbank overweegt als volgt:

Een verdeling van de behoefte van de kinderen naar rato van draagkracht betekent dat de man een bijdrage in de kosten van de kinderen dient te leveren van € 349,- per kind per maand, inclusief het fiscaal voordeel in verband met de aftrek buitengewone uitgaven voor kinderen voor één van de twee kinderen van partijen. De rechtbank brengt hierop in mindering het eigen aandeel van de man in de extra kosten van wonen van de kinderen van € 97,70 per kind per maand (16% van het hiervoor berekende eigen aandeel in de kosten van de kinderen van € 610,70 per kind per maand) en de verblijfskosten van de kinderen van € 96,25 per kind per maand, zoals door de vrouw zo begroot en door de man niet betwist. De door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen bedraagt hiermee afgerond € 155,- per kind per maand.

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat partijen het er over eens zijn dat de vrouw altijd de verblijfsoverstijgende uitgaven voor de kinderen regelde.

Conclusie:

Nu de vrouw daarnaast stelt dat de verdeling van de kosten van de kinderen tot discussie en spanningen leidt, ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat de vrouw met de door de man te betalen bijdrage van € 155,- per kind per maand en haar eigen aandeel in de kosten van de kinderen de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen dient te voldoen.