Berekening 1e vaststelling kinderalimentatie 2013 nu voor slechts € 125,00

Tot en met 31 december 2013 betaal je voor het berekenen van een 1e vaststelling kinderalimentatie € 125,00.

 Stuur per email de hierna genoemde gegevens en bewijsstukken naar D.Greveling@tremanormen.nl:

  • naam + geboortedata van jezelf en je (ex)partner;
  • voorletters van de kinderen + geboortedata;
  • jaaropgave 2012 van jezelf en je (ex)partner;
  • kopie aangifte IB/PVV 2012 van jezelf en je (ex)partner;
  • de laatste drie salaris- of uitkeringsspecificaties van jezelf en je (ex)partner;
  • hoeveel dagen er gemiddeld per week omgang is met je kinderen;
  • of, en zo ja door wie hoeveel kindgebondenbudget wordt ontvangen;
  • een telefoonnummer waarop je bereikbaar bent voor eventuele vragen.

 Na ontvangst van je betaling op IBAN–rekeningnr. NL54 KNAB 0257 0484 48 (BIC: KNABNL2H) t.n.v. Greveling rechtshulp (o.v.v. 1e berekening kinderalimentatie), wordt met de werkzaamheden aangevangen. Binnen maximaal vijf werkdagen worden je de berekeningen netto besteedbaar gezinsinkomen, kinderalimentatieberekening en een verdeling van de kosten van kinderen per email toegezonden. Deze berekeningen kun je gebruiken voor de indiening van je ouderschapsplan, je echtscheidingsconvenant en/of je door een advocaat in te dienen verzoekschrift bij de rechtbank.

Share

Positieve beschikking in het incident inzake een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking kinderalimentatie

Het geding in eerste aanleg
Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van 15 maart 2012 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, de bij vaststellingsovereenkomst van 12 februari 2009 tussen partijen overeengekomen en door de man aan de vrouw te betalen kinderbijdrage gewijzigd en heeft deze bijdrage met ingang van 7 juni 2011 bepaald op € 127,– per kind, per maand.

Het geding in hoger beroep
Bij verzoekschrift, binnengekomen op de griffie van het Gerechtshof Leeuwarden op 27 april 2012, heeft de man een schorsingsverzoek gedaan.

Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 21 mei 2012, heeft de vrouw verzocht het schorsingsverzoek van de man af te wijzen.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van 11 mei 2012, een brief van 15 mei 2012 met bijlagen, een brief van 16 mei 2012 met bijlage van de procesadvocaat van de man, en een brief van 24 mei 2012 met bijlage van de procesadvocaat van de vrouw. Ter zitting van 31 mei 2012 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de man, bijgestaan door zijn procesadvocaat, en de vrouw, bijgestaan door haar procesadvocaat.

De beoordeling

De vaststaande feiten
Bij beroepschrift van 25 april 2012, binnengekomen bij de griffie van het hof op 27 april 2012, heeft de man appèl ingesteld tegen de beschikking van 15 maart 2012.

De overwegingen
Bij de beoordeling van een verzoek tot schorsing als hier aan de orde geldt als uitgangspunt dat de executant bevoegd is tot tenuitvoerlegging, maar dat de belangen van partijen bij deze tenuitvoerlegging tegen elkaar moeten worden afgewogen. Van belang is daarbij het antwoord op de vraag of aannemelijk is dat de te executeren beschikking klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of dat de tenuitvoerlegging, op grond van na het geven van de beschikking voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. Daarbij behoort de kans van slagen van het aangewende rechtsmiddel in de regel buiten beschouwing te blijven.

De man heeft zijn schorsingsverzoek aldus toegelicht dat zijn (financiële) situatie zodanig is dat tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking op het punt van de kinderalimentatie een noodtoestand zal doen ontstaan. Uit de door de man overgelegde cijfers over 2011 komt naar voren dat het nettoresultaat van zijn onderneming dat jaar negatief is. Hierdoor ontvangt de man, anders dan de vrouw stelt, geen fiscaal voordeel over de door hem te betalen kinderalimentatie.

Daarnaast is ter zitting van het hof als onweersproken vast komen te staan dat de man gemiddeld € 600,00 per maand leent om in zijn eigen levensonderhoud te kunnen voorzien en dat hij (mede) hierdoor een schuld heeft opgebouwd van € 30.000,00 in totaal. Voorts is gebleken dat de man, bij wie de kinderen de helft van de tijd verblijven, daarnaast zelf ook kleding en schoenen voor de kinderen moet kopen. De vrouw, die de kinderbijslag voor de kinderen ontvangt, geeft de kinderen namelijk geen kleding en schoenen meer mee wanneer zij naar hun vader gaan.

Het hof acht het, op grond van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, aannemelijk dat tenuitvoerlegging van de beschikking van de rechtbank, op grond van na de beschikking aan het licht gekomen feiten, zoals hiervoor uiteengezet, aan de zijde van de man een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

Voor het overige is het hof van oordeel dat de vrouw – gelet op hetgeen zij heeft aangevoerd – niet, althans onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, dat haar belang bij uitvoerbaarheid van de beslissing van 15 maart 2012 de rechtbank zwaarder dient te wegen dan het belang van de man bij schorsing van de uitvoerbaarheid daarvan. Het hof zal dan ook het schorsingsverzoek van de man toewijzen.

Slotsom
Gelet op het voren overwogene zal het hof beslissen als na te melden.

De beslissing
Het gerechtshof:

schorst de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, van 15 maart 2012.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, voorzitter, M.P. den Hollander en G. Jonkman en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2012.

Share