Second opinion van Tremanormen.nl van door het LBIO geconcipieerde berekening kinderalimentatie

Uit een herberekening geconcipieerd door het LBIO van 19 juni 2015, heeft Tremanormen.nl in het kader van een second opinion opgemaakt, dat aan de door het LBIO geconcipieerde berekeningen van partijen de jaaropgaven 2014 van partijen ten grondslag hebben gelegen. Het NBI van de man is correct becijferd op € 1.897 per maand, en dat van de vrouw op € 1.013 hetgeen in werkelijkheid behoort te worden becijferd op € 1177. De door het LBIO becijferde heffingskortingen bedragen niet € 2.918 maar € 4.880 waardoor het NBI voor de vrouw niet € 1.013 maar € 1.177 bedraagt. Het gemiddelde NBI bedraagt derhalve niet het door het LBIO becijferde bedrag van (€ 1.897 + € 1.014 = € 2.911 / 2 =) € 1.455,50 maar (€ 1.897 + € 1.177 = € 3.074 / 2 =) € 1.537.

De behoefte van het niet in gezinsverband geboren kind bedraagt volgens de door het LBIO gehanteerde actuele tabel kosten kinderen niet € 188 maar € 202. Volgens de proefberekening toeslagen heeft de vrouw bij een toetsingsinkomen van € 14.564 recht op € 340 per maand aan kindgebonden budget. Het LBIO heeft daar ten onrechte geen rekening mee gehouden!

De aanspraak van de vrouw op kinderopvangtoeslag ter grootte € 539 per maand blijkt bovendien niet uit de berekening van het LBIO. Voor de kinderopvangtoeslag behoort als uitgangspunt te worden genomen, 20 uur per week (werktijd van de vrouw en noodzakelijke uren kinderopvang) * 13 weken = 260 uren / 3 maanden = 86,666 uren per maand. Het maximale tarief voor de kinderopvang bedraagt € 6,84 per uur * 87 uren per maand = € 595,08 per maand minus € 539 kinderopvangtoeslag maakt dat de voor eigen rekening komende kosten kinderopvang € 56,08 per maand bedragen. De totale kosten van het kind bedragen derhalve € 202 + € 56,08 = € 258,08 per maand. Het LBIO becijferd de totale kosten van het kind ten onrechte op € 510 per maand. Het door de vrouw te ontvangen bedrag aan kindgebonden budget bedraagt € 340 per maand, zodat de bijdrage van de ouders in werkelijkheid € 0 bedraagt en de vrouw maandelijks € 81,92 meer te besteden heeft voor het kind.

De door het LBIO becijferde bijdrage van de ouders in de kosten van het kind van € 510 is derhalve eveneens onjuist! Volgens de berekeningen van het LBIO diende de man € 317 voor het kind te voldoen, terwijl in dit geval de voor rekening van de man en de vrouw komende kosten in dit geval nihil bedragen.

Het kan dus lonen om dergelijke berekeningen van het LBIO aan een second opinion door Tremanormen.nl te onderwerpen. De daaraan verbonden kosten bedragen € 400.

>> Ga naar download Tremarapport en de bijlagen <<
Share

Nieuwe tremanormen berekening kinderalimentatie 2013

Per 1 januari en 1 april 2013 veranderen de normen van de Rechtspraak  (ook wel tremanormen genoemd) voor het berekenen van kinderalimentatie. Zo kunnen (stief)ouders bij het bepalen van hun draagkracht in eenvoudige gevallen voortaan gebruikmaken van een draagkrachttabel. Een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

Aanleiding voor de wijziging van de (trema)normen voor kinderalimentatie is veranderde regelgeving en de wens tot verbetering van de huidige systematiek. De eerste verandering is dat het kindgebonden budget met ingang van 1 januari 2013 in mindering wordt gebracht op het aandeel dat (stief)ouders in de behoefte van een kind moeten bijdragen (zie de behoeftetabel. Het kindgebonden budget is een inkomensafhankelijke bijdrage van de overheid in de kosten voor kinderen. Door deze bijdrage mee te rekenen, kan de behoefte aan een bijdrage lager worden. Verder was er behoefte aan een minder complexe berekening van de draagkracht van de (stief)ouders. Daar is aan tegemoetkomen door met ingang van 1 april 2013 een draagkrachttabel in te voeren.  Daarmee kunnen (stief)ouders snel en simpel de hoogte van hun draagkracht bepalen. Daardoor hoeven ze minder vaak de hulp van een deskundige in te schakelen.

Zorgkorting

Ten slotte wordt met ingang van 1 april 2013 een zorgkorting ingevoerd. Deze komt in plaats van de omgangskosten van € 5 per dag die nu in de aanbeveling zijn opgenomen. De zorgkorting is onder meer afhankelijk van de hoogte van de behoefte en sluit daardoor meer aan op het niveau van welstand waar een kind aan gewend is. Of recht bestaat op de zorgkorting is mede afhankelijk van de draagkracht. De nieuwe normen voor het berekenen van kinderalimentatie gaan in per 1 april volgend jaar. De veranderingen zijn vastgesteld door het Landelijk Overleg Voorzitters Familiesectoren- en Jeugdrecht (LOVF). Naast rechters maken ook veel advocaten, mediators en andere betrokken professionals gebruik van de nieuwe normen.

Maatwerk

Voor complexe situaties blijft maatwerk mogelijk. Dat biedt de mogelijkheid rekening te houden met bijzonderheden zoals schulden of bijzondere verplichtingen, ruimere omgang of juist geen omgang, gebrek aan draagkracht, onduidelijkheid over de financiële situatie of de aanwezigheid van een onderneming met wisselende resultaten. Diverse bestaande rekenprogramma’s zullen zodanig worden aangepast dat met dit soort situaties op relatief eenvoudige wijze rekening kan worden gehouden. Hierbij een aantal rekenvoorbeelden met diverse concrete praktijksituaties.

Draagkracht

Enkele onderliggende principes in de berekening van de kinderalimentatie blijven hetzelfde. De draagkracht van iedere (stief)ouder na de scheiding blijft bepalend voor de vast te stellen bijdrage. Die draagkracht wordt nog steeds per persoon vastgesteld. De financiële behoefte van het kind wordt ook in de nieuwe richtlijn grotendeels vastgesteld op het netto inkomen van de (stief)ouders en de budgettabellen van het NIBUD.

Bron: Rechtspraak.nl

Share

Indexeringspercentage alimentatie 2013 bekend

Het percentage waarmee bedragen voor levensonderhoud (kinderalimentatie en partneralimentatie) met ingang van 1 januari 2013 wordt verhoogd, is vastgesteld op 1,7.

Ieder jaar publiceert de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een percentage waarmee de eerder vastgestelde alimentaties per 1 januari kunnen worden verhoogd. De hoogte van het percentage hangt af van de stijging van de lonen  in het afgelopen jaar.

Een afschrift van de Beschikking wijzigingspercentage levensonderhoud van 1 november 2012, zoals gepubliceerd  in de Staatscourant van 1 november 2012, nummer 22375, is vanaf heden te downloaden onder de knop downloads op de website van tremanormen. In deze beschikking zijn tevens de wijzigingspercentages vanaf 1975 opgenomen.

Share

Second opinion beschikking kinderalimentatie en partneralimentatie loont!

Bij beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 19 januari 2011, gegeven door de rechter mevrouw mr. A.H.E. van der Pol, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. K. van Oirschot, griffier, heeft de rechtbank onder meer in een zaak van een DGA beschikt:

  •  […];
  • bepaalt dat de man € 825,00 (€ 412,50 per kind) per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw;
  • bepaalt dat de man € 405,00 per maand zal betalen aan de vrouw als uitkering tot haar levensonderhoud met ingang van de dag van inschrijving van de uitspraak der echtscheiding, bij vooruitbetaling te voldoen;
  • verklaart voormelde nevenvoorzieningen uitvoerbaar bij voorraad;
  • […].

Bij de bepaling van de draagkracht van de man, heeft de rechtbank, zoals blijkt uit de inhoud van de beschikking van 19 januari 2011 de/het verzoek(en) beoordeeld “met inachtneming van de in het Tremarapport (www.tremarapport.nl) van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak geformuleerde uitgangspunten”. […]. “Derhalve houdt de rechtbank evenals de vrouw rekening met een netto-gezinsinkomen van partijen in 2009 van € 4.011,00 per maand”. […] “Op grond van de Tremanormen bedraagt de behoefte van de kinderen bij voornoemd netto gezinsinkomen € 898,00 per maand, of € 449,00 per kind per maand”. […]. “De behoefte van de vrouw wordt aldus vastgesteld op € 1.868,00 netto per maand. Gebruteerd komt de behoefte van de vrouw op € 2.634,00 bruto per maand. Hierbij is rekening gehouden met de algemene heffingskorting en € 1.367,00 per jaar aan inkomensafhankelijke bijdrage ziektekosten”. […]. “Gelet op het voorgaande houdt de rechtbank rekening met het loon van de man van   € 55.531,00 per jaar, zoals blijkt uit zijn jaaropgave 2009”. De rechtbank is er daarbij echter aan voorbij gegaan, dat in het loon de fiscale bijtelling van de personenauto waarvan de 1ste toelating-, de datum aanvang laatste tenaamstelling- en de datum eerste afgifte van het kenteken 30 juni 2006 is geweest, blijkens de bij de RDW opgevraagde informatie, zoals blijkt uit de loonstaat van deze DGA over 2012 (12 * € 900,73 =) € 10.809,00 per jaar is. […]. “Met betrekking tot de overige posten houdt de rechtbank rekening met de door de vrouw overgelegde draagkrachtberekening (datum uitdraai 12-11-2010)”. “De rechtbank hanteert de bijstandsnorm voor een alleenstaande en hanteert voor de kinderalimentatie een draagkrachtpercentage van 70%.” […]. “Met betrekking tot de partneralimentatie hanteert de rechtbank de bijstandsnorm voor een alleenstaande en een draagkrachtpercentage van 60%”. […]. “De rechtbank acht deze bijdragen in overeenstemming met de wettelijke maatstaven […]”.

Ingevolge artikel 1:401 eerste en vierde lid van het Burgerlijk Wetboek kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud bij latere uitspraak worden gewijzigd wanneer zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen, of indien zij van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord, doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

In het geval van deze DGA is tremanormen.nl van oordeel, dat de beide in de vorige alinea genoemde omstandigheden zich in dit geval voordoen, hetgeen na reconstructie van de draagkrachtberekening door tremanormen, hierna zal worden toegelicht.

De uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 19 januari 2011 betreffende de daarin vastgestelde bedragen voor levensonderhoud, heeft van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven beantwoord doordat bij die uitspraak van tenminste 10 onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

  1. de rechtbank is bij de berekening van de draagkracht van de man voorbij gegaan aan het negatieve gemiddelde resultaat vóór belastingen, zoals dat blijkt uit de geconsolideerde jaarrekening van de onderneming waarvan de man enig DGA is;
  2. de rechtbank is bij de draagkrachtberekening van de man ten onrechte van een loon inclusief het privégebruik van de auto van de zaak met een fiscale bijtelling van € 5.404,32 per jaar uitgegaan en heeft aan die fiscale bijtelling nota bene in strijd met de Tremanormen tevens ten onrechte draagkracht ontleent;
  3. de rechtbank heeft bij de berekening van het netto-gezinsinkomen van de man en de vrouw de fiscale bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak (voor de man € 5.404,32 en voor de vrouw € 5.404,32) ten onrechte als loon aangemerkt. Met de fiscale bijtelling voor het privégebruik zowel aan de zijde van de man als van de vrouw, was de rechtbank ten tijde van het afgeven van de beschikking bekend, gelet op de in de beschikking  genoemde brief van de advocaat van de vrouw, en de bij die brief gevoegde producties, waaronder de over meerdere jaren overgelegde salarisspecificaties en jaaropgaven van de man en de vrouw;
  4. de rechtbank heeft tegen-beter-weten-in het netto-gezinsinkomen van de man en de vrouw op basis van de beide jaaropgaven op € 4.011,00 per maand, onjuist vastgesteld door daarbij de fiscale bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak als loon aan te merken bij de bepaling van het netto-gezinsinkomen, waaruit na reconstructie volgt, dat het netto besteedbaar gezinsinkomen € 3.468,00 per maand bedraagt, derhalve geen € 4.011,00 zoals de rechtbank doet voorkomen;
  5. bij de vaststelling van de kosten van kinderen is de rechtbank uitgegaan van het door de rechtbank onjuist vastgestelde netto-gezinsinkomen van € 4.011,00 per maand hetgeen een kinderalimentatie oplevert van € 898,00 per maand, terwijl de rechtbank diende uit te gaan van een netto-gezinsinkomen van € 3.468,00 per maand, hetgeen na reconstructie een kinderalimentatie oplevert van € 758,00 per maand;
  6. bij de vaststelling van de netto behoefte van de vrouw is de rechtbank ten onrechte uitgegaan van € 4.011,00 minus (de door de vrouw verzochte kinderalimentatie van) € 825,00 = € 3.168,00 maal 60%  (= Hofnorm) en is de netto-behoefte van de vrouw ten onrechte vastgesteld op € 1.868,00 per maand, terwijl de netto-behoefte van de vrouw na reconstructie van de beschikking in werkelijkheid € 1.626,00 netto per maand bedraagt;
  7. de rechtbank heeft de gebruteerde behoefte van de vrouw onjuist vastgesteld op € 2.634,00 per maand en in strijd met de Tremanormen verzuimd om het kindgebonden budget bij de brutering van de behoefte te betrekken, waardoor de gebruteerde behoefte van de vrouw in werkelijkheid uitkomt op € 2.108,00 per maand;
  8. de rechtbank heeft bij de vaststelling van de draagkracht van de man in strijd met de Tremanormen geen rekening gehouden met de door de man betaalde premie arbeidsongeschiktheidsverzekering van € 7.405,00 per jaar;
  9. de rechtbank heeft bij de vaststelling van de draagkracht van de man ten onrechte geen rekening gehouden met de tijdens het huwelijk reeds bestaande rentelast verband houdende met een privé rekening-courantschuld aan de Holding van de man;
  10. de rechtbank heeft bij de vaststelling van de draagkracht van de man ten onrechte bepaalt, dat de man € 405,00 per maand zal betalen aan de vrouw als uitkering tot haar levensonderhoud, aangezien de voor de vrouw bestemde 60% reeds volledig was opgegaan in de voor de kinderen bestemde 70% inclusief het te behalen fiscaal voordeel.

Derhalve, het geheel overziend, is tremanormen.nl van oordeel, dat de beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 19 januari 2011 van meet af aan niet in overeenstemming is met de wettelijke maatstaven en om die reden niet in stand kan blijven en dient te worden vernietigd.

De uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 19 januari 2011 betreffende de daarin vastgestelde bedragen voor levensonderhoud, kan bij latere uitspraak worden gewijzigd wanneer zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen.

De gewijzigde omstandigheden ingaande 15 april 2011

  • het gemiddelde resultaat vóór belastingen is gewijzigd;
  • de rekening-courantschuld en de daarmee samenhangende in privé te betalen rente is gewijzigd;
  • de te betalen hypotheekrente is door de boedelverdeling gewijzigd;

De gewijzigde omstandigheden ingaande 1 januari 2012

  • het gemiddelde resultaat vóór belastingen is gewijzigd;
  • de met de rekening-courantschuld samenhangende in privé te betalen rente is gewijzigd;
  • de te betalen hypotheekrente is door de boedelverdeling gewijzigd;
  • de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering is gewijzigd;
  • De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) werd voorheen berekend over maximaal € 32.369,00 * 4,8%, terwijl deze in 2012 over maximaal  € 50.064,00 * 5,65% wordt berekend.

De gewijzigde omstandigheden ingaande 1 april 2012

  • in het 1ste kwartaal van 2012 heeft de dochter de leeftijd van 18 jaar bereikt, waardoor de man vanaf het 2e kwartaal 2012 geen aanspraak meer kan maken op buitengewone lastenaftrek voor de dochter.

Derhalve, het geheel overziend, is tremanormen.nl van oordeel, dat de door tremanormen.nl gereconstrueerde beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 19 januari 2011 van meet af aan niet in overeenstemming is met de wettelijke maatstaven en gelet op de gewijzigde omstandigheden per 15 april 2011 en per 1 januari 2012 en tevens per 1 april 2012 om die redenen niet in stand kan blijven en dient te worden vernietigd.

Ingevolge artikel 1:401 eerste en vierde lid van het Burgerlijk Wetboek heeft tremanormen.nl de man onder verwijzing naar gepubliceerde jurisprudentie geadviseerd, de thans bevoegde rechtbank te verzoeken, om de beschikking van de Rechtbank Amsterdam met dagtekening 19 januari 2011 te vernietigen en, opnieuw beschikkende te bepalen, dat de beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 19 januari 2011 om alle hiervoor genoemde redenen wordt gewijzigd, met dien verstande:

  • dat de door de man te betalen kinderalimentatie ten bedrage van € 825,00 per maand ingaande 19 januari 2011, op nihil wordt gesteld;
  • indien de kinderalimentatie niet op nihil wordt gesteld, de te betalen kinderalimentatie ingaande 19 januari 2011 te bepalen op in totaal € 758,00 per maand, ingaande 15 april 2011 te bepalen op in totaal € 521,00 per maand, ingaande 1 januari 2012 te bepalen op in totaal € 301,00 per maand, en ingaande 1 april 2012 te bepalen op in totaal € 243,00 per maand;
  • dat de door de man te betalen partneralimentatie ten bedrage van € 405,00 per maand ingaande 8 april 2011, op nihil wordt gesteld;
  • alsmede te bepalen, dat hetgeen de man ten titel van kinderalimentatie en partneralimentatie over de periode waarop de alimentatieverplichting op nihil wordt gesteld onverschuldigd heeft voldaan, en het bedrag dat onverschuldigd voldaan is te benoemen, en te bepalen op tenminste € 13.854,58 te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de datum van ontvangst op de griffie van het verzoekschrift van de man, en te bepalen dat de vrouw dit bedrag binnen veertien dagen na betekening van de beschikking aan de man dient te voldoen;
  • met veroordeling van de vrouw in de kosten van de procedure

Tremanormen.nl kan voor u ook een second opinion of reconstructie van de beschikking kinderalimentatie en/of partneralimentatie verzorgen en u daarbij adviseren of het zinvol is om in hoger beroep te gaan tegen de beschikking van de rechtbank of een wijzigingsprocedure te starten om bijvoorbeeld de hiervoor genoemde redenen en samen met u kijken wat wel haalbaar is en wat niet te realiseren is. Neem gerust kosteloos telefonisch op 074 – 250 72 73 of per email contact met ons op voor een vrijblijvend oriënterend gesprek òf wanneer u concrete vragen hebt, of het antwoord op uw vraag op deze site niet hebt kunnen vinden. Het maakt dus niet uit, of u alimentatiegerechtigde of alimentatieplichtige bent, immers de uitgangspunten zijn exact hetzelfde.

 

Share

Wijziging aanbeveling inkomen van een ondernemer

Sinds de publicatie van het rapport alimentatienormen 2012 oftewel de Tremanormen in juli 2012 is een wijziging aangebracht in de aanbeveling ten aanzien van de berekening van het inkomen van een ondernemer. De aanbeveling om in ieder geval de laatste drie jaarrekeningen over te leggen is vervangen door een ruimere opdracht aan de ondernemer om alle gegevens over te leggen die tot het vereiste inzicht in zijn financiële situatie kunnen bijdragen.Op basis van die gegevens dient te worden
vastgesteld, wat de ondernemer, gelet op de belangen van de onderhoudsgerechtigde, in redelijkheid mag worden geacht te kunnen bijdragen ten behoeve van de onderhoudsgerechtigde. In dat verband zijn niet alleen jaarrekeningen, maar ook kasstroomoverzichten en diverse andere stukken die inzicht kunnen geven in de bedrijfsvoering van de ondernemer van belang.

Het actuele rapport alimentatienormen 2012 oftewel tremanormen 2012 kunt u downloaden op de website www.tremarapport.nl.

>> Ga naar download Tremarapport en de bijlagen <<
Share