Beëindiging partneralimentatie door het gedrag van de vrouw.

Bron: Rechtspraak.nl, 10 augustus 2012, LJN: BX4264, Rechtbank Utrecht , 320769 / FA RK 12-1339

Uitspraak
beschikking
RECHTBANK UTRECHT

Sector Familie & Toezicht

zaaknummer / rekestnummer: 320769 / FA RK 12-1339

Alimentatie

Beschikking van 18 juli 2012

in de zaak van

[X],
wonende te [woonplaats],
de man,
advocaat: mr. J.S. Muijsson,

en

[A],
wonende te [woonplaats],
de vrouw,
advocaat mr. C.J. Driessen.

1. Verloop van de procedure

De man heeft ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend, ingekomen op 29 februari 2012.

De vrouw heeft een verweerschrift ingediend.

Er zijn zowel van de zijde van de man als van de zijde van de vrouw nadere stukken ontvangen.

De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 14 juni 2012. Hierbij zijn verschenen: beide partijen met hun advocaten.

2. Vaststaande feiten

– Partijen zijn op 27 december 2006 met elkaar gehuwd. Bij beschikking van deze
rechtbank van 14 juli 2010 is tussen hen de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 10 december 2010 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.
– Bij voornoemde beschikking is onder meer bepaald dat met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie € 557,- per maand bedraagt. Voorts heeft de rechtbank het verzoek tot vaststelling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen aangehouden.
– Op grond van de wettelijke indexering bedraagt de door de man te betalen partneralimentatie thans € 569,32 per maand.
– Bij beschikking van deze rechtbank van 17 augustus 2011 is de verdere behandeling van het verzoek tot vaststelling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen aangehouden.
– Bij beschikking van deze rechtbank van 1 februari 2012 is de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen vastgesteld.

3. Beoordeling van het verzochte

De man heeft primair verzocht om – met wijziging van voornoemde beschikking van 14 juli 2010 – te bepalen dat – naar de rechtbank begrijpt – zijn alimentatieverplichting jegens de vrouw per 9 juni 2011 wordt beëindigd. Subsidiair heeft hij verzocht de door hem aan de vrouw te betalen partneralimentatie per 1 februari 2012, dan wel een andere (eerdere) datum die de rechtbank redelijk acht, op nihil te stellen. De vrouw heeft verweer gevoerd. Zij heeft verzocht om de verzoeken van de man af te wijzen.

Tussen partijen is niet in geschil dat de vrouw de woning van partijen in Polen – die tot hun huwelijksgoederengemeenschap behoorde – aan haar dochter heeft geschonken. Vast staat dat de vrouw dit heeft gedaan zonder toestemming en buiten medeweten van de man.
Blijkens voornoemde beschikking van 1 februari 2012 is de rechtbank ten aanzien van deze woning in Polen uitgegaan van een waarde van € 68.000,-. Voorts blijkt uit deze beschikking dat de rechtbank de hoogte van de schuld van partijen aan Interbank heeft bepaald op € 39.159,06, alsmede dat de aflossing van deze schuld gefinancierd had moeten worden met de verkoopopbrengst van de woning.
Aangezien de vrouw de woning heeft geschonken aan haar dochter is verkoop van deze woning echter niet mogelijk gebleken, zodat de schuld aan Interbank nog steeds bestaat. Partijen zijn door de kredietverstrekker gewezen op hun hoofdelijke aansprakelijkheid. Nu de vrouw een bijstandsuitkering heeft, is aannemelijk dat de schuld aan Interbank in zijn geheel of grotendeels wordt verhaald op de man. Het maandbedrag bedroeg in maart 2012 € 523,94 per maand, voor de duur van 94 maanden.

De rechtbank overweegt dat de vrouw had kunnen en moeten begrijpen dat zij niet zonder toestemming en buiten medeweten van de man een gezamenlijk eigendom van partijen aan haar dochter had mogen schenken. De (financiële) consequenties van dit gedrag van de vrouw zijn bijzonder groot voor de man, gelet op de omstandigheid dat de vrouw geen financiële draagkracht heeft en de gehele schuld aan Interbank daarom op de man wordt verhaald.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank aannemelijk dat het gedrag van de vrouw – te weten het weggeven van een deel van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen zonder toestemming en buiten medeweten van de man – een onherroepelijk einde heeft gemaakt aan elk gevoel van lotsverbondenheid van de man jegens de vrouw. Naar zijn idee betaalt de man immers door toedoen van de vrouw iedere maand een groot bedrag voor een woning die de dochter van de vrouw in eigendom heeft. De rechtbank is dan ook van oordeel dat van de man in redelijkheid niet gevergd kan worden dat hij nog langer bijdraagt in de kosten van levensonderhoud van de vrouw, zodat zijn verzoek om beëindiging van zijn alimentatieverplichting zal worden toegewezen. De rechtbank zal als ingangsdatum hiervoor 9 juni 2011 hanteren, nu de vrouw de woning op deze datum aan haar dochter heeft geschonken.
De stelling van de vrouw dat de lening bij Interbank niet is aangegaan ter financiering van de woning in Polen maakt – wat daarvan ook zij – voorgaande conclusie niet anders. Immers, door het wegschenken van de woning was het niet meer mogelijk om met de verkoopopbrengst van de woning de schuld van partijen aan Interbank af te lossen, hetgeen de bedoeling was.

De vrouw heeft gesteld dat de man onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en haar moedwillig heeft benadeeld, dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig wangedrag, doordat hij zeer veel geld van de bankrekeningen van partijen heeft ontvreemd, alsmede veel duur gereedschap en fietsenmateriaal heeft ontvreemd. De vrouw heeft deze stelling, in het licht van de betwisting door de man, niet dan wel onvoldoende onderbouwd, zodat de rechtbank hieraan voorbij zal gaan.

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

4. Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van
14 juli 2010 – :

• beëindigt de verplichting van de man tot betaling van een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw met ingang van 9 juni 2011;

• verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

• bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

• wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. G. Leusink-Kolkman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2012.?

Share

Geen kinderalimentatie na wangedrag kind

Lotsverbondenheid speelt niet alleen een rol bij het recht op partneralimentatie. Ook bij kinderalimentatie kan wangedrag van de alimentatiegerechtigde gevolgen hebben.

De lotsverbondenheid die ontstaat tijdens een huwelijk of geregistreerd partnerschap zorgt ervoor dat beide partners een financieel beroep op de ander kunnen doen na het huwelijk. Dit recht op partneralimentatie kan echter doorbroken worden als degene die recht heeft op alimentatie zich dusdanig gedraagt dat van de alimentatiebetaler niet langer kan worden gevergd dat die nog alimentatie betaalt. Het principe van lotsverbondenheid speelt ook een rol bij het recht op kinderalimentatie.

Lotsverbondenheid ouder-kind
Ook een kind dat recht heeft op kinderalimentatie kan zich dusdanig grievend uitlaten of gedragen naar de alimentatiebetaler toe, dat daardoor het recht op een onderhoudsbijdrage vervalt of de alimentatie kan worden gematigd. Er moet dan wel sprake zijn van een meerderjarig kind. Zo lang een kind minderjarig is, kan de alimentatiebetaler hier geen beroep op doen. Is het kind meerderjarig en is er geen sprake meer van lotsverbondenheid, dan kan de rechter de alimentatie stoppen of matigen. Een rechter zal dit echter doorgaans niet snel aannemen.

Praktijkvoorbeeld
In een recente zaak verzocht de jongmeerderjarige Arno de rechtbank om te bepalen dat zijn vader meer zou bijdragen in de kosten van zijn levensonderhoud en studie. Arno kreeg sinds de scheiding van zijn ouders al kinderalimentatie, maar inmiddels was Arno meerderjarig en had hij meer kosten.

De vader stelde dat hij minder of geen kinderalimentatie hoefde te betalen, omdat er volgens hem geen sprake meer was van een lotsverbondenheid tussen vader en zoon. Ondanks dat de vader meerdere pogingen daartoe had ondernomen, wilde Arno geen contact meer met zijn vader. De vader voelde zich daarom evenmin geroepen nog langer kinderalimentatie te betalen.

De rechtbank ging niet mee in het betoog van de vader. De verstoorde relatie tussen de vader en de zoon was het gevolg geweest van de heftige juridische strijd ten tijde van de echtscheiding, waarbij Arno ter oplossing van het loyaliteitsconflict de zijde van zijn moeder had gekozen. De vader nam hem dat nog steeds kwalijk.

De rechtbank zag dit gedrag echter niet als dusdanig grievend dat daardoor de lotsverbondenheid werd doorbroken. De rechtbank wees daarom het verzoek tot verhoging van de kinderalimentatie toe.

Bron: Rechtbank Groningen, sector civiel, 24 januari 2012, LJN BV2864

Share