Belastingdienst zet fiscale gevolgen echtscheiding op een rij

Een echtscheiding of het uit elkaar gaan van partners kan verschillende gevolgen hebben voor zowel de inkomstenbelasting als voor toeslagen. De belangrijkste fiscale gevolgen heeft de Belastingdienst op een rijtje gezet.

Onderwerpen die van belang kunnen zijn, staan overzichtelijk bij elkaar op de site van de Belastingdienst.

Share

Second opinion beschikking kinderalimentatie en partneralimentatie loont!

Bij beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 19 januari 2011, gegeven door de rechter mevrouw mr. A.H.E. van der Pol, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. K. van Oirschot, griffier, heeft de rechtbank onder meer in een zaak van een DGA beschikt:

  •  […];
  • bepaalt dat de man € 825,00 (€ 412,50 per kind) per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw;
  • bepaalt dat de man € 405,00 per maand zal betalen aan de vrouw als uitkering tot haar levensonderhoud met ingang van de dag van inschrijving van de uitspraak der echtscheiding, bij vooruitbetaling te voldoen;
  • verklaart voormelde nevenvoorzieningen uitvoerbaar bij voorraad;
  • […].

Bij de bepaling van de draagkracht van de man, heeft de rechtbank, zoals blijkt uit de inhoud van de beschikking van 19 januari 2011 de/het verzoek(en) beoordeeld “met inachtneming van de in het Tremarapport (www.tremarapport.nl) van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak geformuleerde uitgangspunten”. […]. “Derhalve houdt de rechtbank evenals de vrouw rekening met een netto-gezinsinkomen van partijen in 2009 van € 4.011,00 per maand”. […] “Op grond van de Tremanormen bedraagt de behoefte van de kinderen bij voornoemd netto gezinsinkomen € 898,00 per maand, of € 449,00 per kind per maand”. […]. “De behoefte van de vrouw wordt aldus vastgesteld op € 1.868,00 netto per maand. Gebruteerd komt de behoefte van de vrouw op € 2.634,00 bruto per maand. Hierbij is rekening gehouden met de algemene heffingskorting en € 1.367,00 per jaar aan inkomensafhankelijke bijdrage ziektekosten”. […]. “Gelet op het voorgaande houdt de rechtbank rekening met het loon van de man van   € 55.531,00 per jaar, zoals blijkt uit zijn jaaropgave 2009”. De rechtbank is er daarbij echter aan voorbij gegaan, dat in het loon de fiscale bijtelling van de personenauto waarvan de 1ste toelating-, de datum aanvang laatste tenaamstelling- en de datum eerste afgifte van het kenteken 30 juni 2006 is geweest, blijkens de bij de RDW opgevraagde informatie, zoals blijkt uit de loonstaat van deze DGA over 2012 (12 * € 900,73 =) € 10.809,00 per jaar is. […]. “Met betrekking tot de overige posten houdt de rechtbank rekening met de door de vrouw overgelegde draagkrachtberekening (datum uitdraai 12-11-2010)”. “De rechtbank hanteert de bijstandsnorm voor een alleenstaande en hanteert voor de kinderalimentatie een draagkrachtpercentage van 70%.” […]. “Met betrekking tot de partneralimentatie hanteert de rechtbank de bijstandsnorm voor een alleenstaande en een draagkrachtpercentage van 60%”. […]. “De rechtbank acht deze bijdragen in overeenstemming met de wettelijke maatstaven […]”.

Ingevolge artikel 1:401 eerste en vierde lid van het Burgerlijk Wetboek kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud bij latere uitspraak worden gewijzigd wanneer zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen, of indien zij van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord, doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

In het geval van deze DGA is tremanormen.nl van oordeel, dat de beide in de vorige alinea genoemde omstandigheden zich in dit geval voordoen, hetgeen na reconstructie van de draagkrachtberekening door tremanormen, hierna zal worden toegelicht.

De uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 19 januari 2011 betreffende de daarin vastgestelde bedragen voor levensonderhoud, heeft van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven beantwoord doordat bij die uitspraak van tenminste 10 onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

  1. de rechtbank is bij de berekening van de draagkracht van de man voorbij gegaan aan het negatieve gemiddelde resultaat vóór belastingen, zoals dat blijkt uit de geconsolideerde jaarrekening van de onderneming waarvan de man enig DGA is;
  2. de rechtbank is bij de draagkrachtberekening van de man ten onrechte van een loon inclusief het privégebruik van de auto van de zaak met een fiscale bijtelling van € 5.404,32 per jaar uitgegaan en heeft aan die fiscale bijtelling nota bene in strijd met de Tremanormen tevens ten onrechte draagkracht ontleent;
  3. de rechtbank heeft bij de berekening van het netto-gezinsinkomen van de man en de vrouw de fiscale bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak (voor de man € 5.404,32 en voor de vrouw € 5.404,32) ten onrechte als loon aangemerkt. Met de fiscale bijtelling voor het privégebruik zowel aan de zijde van de man als van de vrouw, was de rechtbank ten tijde van het afgeven van de beschikking bekend, gelet op de in de beschikking  genoemde brief van de advocaat van de vrouw, en de bij die brief gevoegde producties, waaronder de over meerdere jaren overgelegde salarisspecificaties en jaaropgaven van de man en de vrouw;
  4. de rechtbank heeft tegen-beter-weten-in het netto-gezinsinkomen van de man en de vrouw op basis van de beide jaaropgaven op € 4.011,00 per maand, onjuist vastgesteld door daarbij de fiscale bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak als loon aan te merken bij de bepaling van het netto-gezinsinkomen, waaruit na reconstructie volgt, dat het netto besteedbaar gezinsinkomen € 3.468,00 per maand bedraagt, derhalve geen € 4.011,00 zoals de rechtbank doet voorkomen;
  5. bij de vaststelling van de kosten van kinderen is de rechtbank uitgegaan van het door de rechtbank onjuist vastgestelde netto-gezinsinkomen van € 4.011,00 per maand hetgeen een kinderalimentatie oplevert van € 898,00 per maand, terwijl de rechtbank diende uit te gaan van een netto-gezinsinkomen van € 3.468,00 per maand, hetgeen na reconstructie een kinderalimentatie oplevert van € 758,00 per maand;
  6. bij de vaststelling van de netto behoefte van de vrouw is de rechtbank ten onrechte uitgegaan van € 4.011,00 minus (de door de vrouw verzochte kinderalimentatie van) € 825,00 = € 3.168,00 maal 60%  (= Hofnorm) en is de netto-behoefte van de vrouw ten onrechte vastgesteld op € 1.868,00 per maand, terwijl de netto-behoefte van de vrouw na reconstructie van de beschikking in werkelijkheid € 1.626,00 netto per maand bedraagt;
  7. de rechtbank heeft de gebruteerde behoefte van de vrouw onjuist vastgesteld op € 2.634,00 per maand en in strijd met de Tremanormen verzuimd om het kindgebonden budget bij de brutering van de behoefte te betrekken, waardoor de gebruteerde behoefte van de vrouw in werkelijkheid uitkomt op € 2.108,00 per maand;
  8. de rechtbank heeft bij de vaststelling van de draagkracht van de man in strijd met de Tremanormen geen rekening gehouden met de door de man betaalde premie arbeidsongeschiktheidsverzekering van € 7.405,00 per jaar;
  9. de rechtbank heeft bij de vaststelling van de draagkracht van de man ten onrechte geen rekening gehouden met de tijdens het huwelijk reeds bestaande rentelast verband houdende met een privé rekening-courantschuld aan de Holding van de man;
  10. de rechtbank heeft bij de vaststelling van de draagkracht van de man ten onrechte bepaalt, dat de man € 405,00 per maand zal betalen aan de vrouw als uitkering tot haar levensonderhoud, aangezien de voor de vrouw bestemde 60% reeds volledig was opgegaan in de voor de kinderen bestemde 70% inclusief het te behalen fiscaal voordeel.

Derhalve, het geheel overziend, is tremanormen.nl van oordeel, dat de beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 19 januari 2011 van meet af aan niet in overeenstemming is met de wettelijke maatstaven en om die reden niet in stand kan blijven en dient te worden vernietigd.

De uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 19 januari 2011 betreffende de daarin vastgestelde bedragen voor levensonderhoud, kan bij latere uitspraak worden gewijzigd wanneer zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen.

De gewijzigde omstandigheden ingaande 15 april 2011

  • het gemiddelde resultaat vóór belastingen is gewijzigd;
  • de rekening-courantschuld en de daarmee samenhangende in privé te betalen rente is gewijzigd;
  • de te betalen hypotheekrente is door de boedelverdeling gewijzigd;

De gewijzigde omstandigheden ingaande 1 januari 2012

  • het gemiddelde resultaat vóór belastingen is gewijzigd;
  • de met de rekening-courantschuld samenhangende in privé te betalen rente is gewijzigd;
  • de te betalen hypotheekrente is door de boedelverdeling gewijzigd;
  • de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering is gewijzigd;
  • De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) werd voorheen berekend over maximaal € 32.369,00 * 4,8%, terwijl deze in 2012 over maximaal  € 50.064,00 * 5,65% wordt berekend.

De gewijzigde omstandigheden ingaande 1 april 2012

  • in het 1ste kwartaal van 2012 heeft de dochter de leeftijd van 18 jaar bereikt, waardoor de man vanaf het 2e kwartaal 2012 geen aanspraak meer kan maken op buitengewone lastenaftrek voor de dochter.

Derhalve, het geheel overziend, is tremanormen.nl van oordeel, dat de door tremanormen.nl gereconstrueerde beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 19 januari 2011 van meet af aan niet in overeenstemming is met de wettelijke maatstaven en gelet op de gewijzigde omstandigheden per 15 april 2011 en per 1 januari 2012 en tevens per 1 april 2012 om die redenen niet in stand kan blijven en dient te worden vernietigd.

Ingevolge artikel 1:401 eerste en vierde lid van het Burgerlijk Wetboek heeft tremanormen.nl de man onder verwijzing naar gepubliceerde jurisprudentie geadviseerd, de thans bevoegde rechtbank te verzoeken, om de beschikking van de Rechtbank Amsterdam met dagtekening 19 januari 2011 te vernietigen en, opnieuw beschikkende te bepalen, dat de beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 19 januari 2011 om alle hiervoor genoemde redenen wordt gewijzigd, met dien verstande:

  • dat de door de man te betalen kinderalimentatie ten bedrage van € 825,00 per maand ingaande 19 januari 2011, op nihil wordt gesteld;
  • indien de kinderalimentatie niet op nihil wordt gesteld, de te betalen kinderalimentatie ingaande 19 januari 2011 te bepalen op in totaal € 758,00 per maand, ingaande 15 april 2011 te bepalen op in totaal € 521,00 per maand, ingaande 1 januari 2012 te bepalen op in totaal € 301,00 per maand, en ingaande 1 april 2012 te bepalen op in totaal € 243,00 per maand;
  • dat de door de man te betalen partneralimentatie ten bedrage van € 405,00 per maand ingaande 8 april 2011, op nihil wordt gesteld;
  • alsmede te bepalen, dat hetgeen de man ten titel van kinderalimentatie en partneralimentatie over de periode waarop de alimentatieverplichting op nihil wordt gesteld onverschuldigd heeft voldaan, en het bedrag dat onverschuldigd voldaan is te benoemen, en te bepalen op tenminste € 13.854,58 te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de datum van ontvangst op de griffie van het verzoekschrift van de man, en te bepalen dat de vrouw dit bedrag binnen veertien dagen na betekening van de beschikking aan de man dient te voldoen;
  • met veroordeling van de vrouw in de kosten van de procedure

Tremanormen.nl kan voor u ook een second opinion of reconstructie van de beschikking kinderalimentatie en/of partneralimentatie verzorgen en u daarbij adviseren of het zinvol is om in hoger beroep te gaan tegen de beschikking van de rechtbank of een wijzigingsprocedure te starten om bijvoorbeeld de hiervoor genoemde redenen en samen met u kijken wat wel haalbaar is en wat niet te realiseren is. Neem gerust kosteloos telefonisch op 074 – 250 72 73 of per email contact met ons op voor een vrijblijvend oriënterend gesprek òf wanneer u concrete vragen hebt, of het antwoord op uw vraag op deze site niet hebt kunnen vinden. Het maakt dus niet uit, of u alimentatiegerechtigde of alimentatieplichtige bent, immers de uitgangspunten zijn exact hetzelfde.

 

Share

Confrontatie van behoefte en draagkracht (vervolg)

Ingeval naast partneralimentatie tevens kinderalimentatie voor een minderjarig- of jongmeerderjarig kind volgens de tremanormen moet worden vastgesteld:

Als de gewezen partner niet alleen op partner- maar ook op kinderalimentatie aanspraak maakt, dient allereerst een draagkrachtberekening te worden gemaakt voor de vaststelling van kinderalimentatie, waarbij altijd de norm voor een alleenstaande wordt gebruikt en de draagkracht in beginsel gelijk wordt verdeeld over alle kinderen die de ouder moet onderhouden.

Is de alsdan berekende draagkracht gelijk aan of lager dan de kosten van de kinderen, dan resteert geen draagkracht meer voor partneralimentatie. Beschikt de onderhoudsplichtige ouder na aftrek van de kinderalimentatie nog over draagkracht, dan kan op de gebruikelijke wijze een tremanorm draagkrachtberekening voor de vaststelling van partneralimentatie worden gemaakt, waarbij de kosten van de kinderen ten laste van de alsdan berekende draagkracht worden gebracht. De resterende draagkracht kan worden aangewend voor partneralimentatie.

Als de kosten van de kinderen tussen de onderhoudsgerechtigde en onderhoudsplichtige worden verdeeld, kan dat deel van deze kosten dat ten laste van de onderhoudsgerechtigde komt in de draagkrachtberekening voor de vaststelling van partneralimentatie worden verwerkt en ten laste van de draagkracht worden gebracht net zoals in de berekening van de onderhoudsplichtige.

Een voorbeeld van deze situatie ter verduidelijking: stel de ouders hebben een kind van 13 jaar. Ouder 1 heeft een besteedbaar inkomen van  € 2.000,- per maand en ouder 2 een besteedbaar inkomen, rekening houdend met de extra heffingskortingen, van € 1.500,- per maand. De behoefte van het kind[1] hebben zij, rekening houdend met de tabel kosten kinderen en het gezamenlijk gezinsinkomen toen men nog samenwoonde, vastgesteld op € 500.- per maand. Vervolgens wordt ieders bijdrage voor het kind bepaald. Het draagkrachtloos inkomen van ouder 1 omvat naast de hier toepasselijke norm voor een alleenstaande, de gebruikelijke kosten voor wonen, ziektekosten en schulden. Stel de draagkracht bedraagt € 470,- plus het belastingvoordeel van de persoonsgebonden aftrek wegens kinderalimentatie dat gemakshalve gesteld wordt op € 43,- per maand, zodat de totale draagkracht van de ouder 1 bedraagt € 513,- per maand. Ouder 2 heeft een draagkracht van € 180,- per maand. Verdeling naar rato van ieders draagkracht leidt tot een bijdrage van € 370,- per maand van ouder 1 en van  € 130,- per maand van ouder 2. Ieders deel van de kosten van het kind wordt ten laste van de draagkracht gebracht. Vervolgens wordt voor beide ouders een draagkrachtberekening gemaakt zoals hiervoor beschreven, waarin de kosten van het kind aan beide zijden als last worden meegenomen. Ten slotte kan met behulp van een jusvergelijking worden bezien welke partneralimentatie redelijk is.

De ontvangen kinderalimentatie is geen inkomen van de onderhoudsgerechtigde ouder dat dient ter dekking van de eigen kosten en blijft daarom bij de berekening van diens draagkracht dan wel de behoefte buiten beschouwing.



[1] In de tekst wordt met het woord “behoefte” steeds het eigen aandeel van ouders in de kosten van een kind bedoeld en met “de tabel kosten kinderen”



Share