Advies A-G: Kindgebonden budget niet in mindering op kosten kind

Den Haag , 10-9-2015
Het kindgebonden budget inclusief de alleenstaande ouderkop moet bij de berekening van de kinderalimentatie niet in mindering komen op de kosten van het levensonderhoud van kinderen (de behoefte). Dat adviseert A-G advocaat-generaal Fred Hammerstein de Hoge Raad. Volgens hem moet het kindgebonden budget worden opgeteld bij het inkomen van de ouder die het budget ontvangt en op die manier meewegen bij diens draagkracht. Dit advies wijkt af van de aanbeveling van de Expertgroep alimentatienormen.

In deze zaak zijn prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad omdat in de rechtspraak en literatuur over dit onderwerp verschillende opvattingen bestaan. Aan de Hoge Raad wordt nu gevraagd hierover een duidelijke uitspraak te doen.

Wanneer het kindgebonden budget in mindering wordt gebracht op de kosten van het levensonderhoud van kinderen heeft dat tot gevolg dat er veel minder of geen alimentatie meer hoeft te worden betaald.

Het kindgebonden budget laten meewegen bij de draagkracht van de ouder die het budget ontvangt, doet volgens advocaat-generaal Hammerstein het meeste recht aan het wettelijke uitgangspunt dat beide ouders verantwoordelijk zijn voor het levensonderhoud van hun kinderen. Na echtscheiding moeten zij in de kosten daarvan naar draagkracht bijdragen. Volgens hem heeft de wetgever het kindgebonden budget primair bedoeld als inkomensondersteunende maatregel. Tenslotte levert deze manier van berekening in de meeste gevallen een redelijke uitkomst op.

Een conclusie is een rechtsgeleerd advies aan de Hoge Raad. De advocaat-generaal is lid van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie. Het parket bij de Hoge Raad kan zich over een door de Hoge Raad te beoordelen zaak niet anders uitlaten dan in het kader van de conclusie en is dan ook niet in de gelegenheid tot het geven van commentaar. zie: conclusie Advocaat-generaal

>> Ga naar download Tremarapport en de bijlagen <<
Share

Tremarapport 2013-3 versie juli 2013 nu beschikbaar

Op tremanormen.nl kunt u de meest recente versie van het onder verantwoordelijkheid van de werkgroep van de Expertgroep Alimentatienormen uitgegeven “Tremarapport” en de daarbij behorende actuele bijlage en draagkrachttabel (juli 2013) downloaden. Het rapport met bijlagen, geeft een eenvormige praktische invulling van de wettelijke maatstaven, behoefte en draagkracht. Mocht u met de materie uit het rapport aan de slag willen en vragen hebben, dan willen wij u daar graag bij helpen.

Ook kan het zijn, dat u vragen hebt over de onder de knop downloads te downloaden draagkracht- en/of behoefteberekening en berekening en verdeling kosten van kinderen, of zelf behoefte hebt aan een draagkracht- en/of behoefteberekening, jusvergelijking of second opinion. In dat geval nodig ik u uit om met tremanormen.nl  op werkdagen tussen 10:00 uur en 22:00 uur telefonisch contact op te nemen op 074 – 250 72 73 of uw telefoonnummer aan ons per email aan d.greveling@tremanormen.nl kenbaar te maken, zodat wij telefonisch contact met u op kunnen nemen.

Voorts kan het zijn, dat uit uw ouderschapsplan of uit uw echtscheidingsconvenant niet blijkt hoe de kinderbijdrage tot stand is gekomen. Vooral als niet duidelijk is hoe de behoefte van de kinderen is bepaald en of er van de beide ouders draagkrachtberekeningen zijn gemaakt. In dat geval is de kinderbijdrage niet in overeenstemming met de wettelijke maatstaven en rechtvaardigt dat een wijziging van de kinderbijdrage en/of partneralimentatie.

Door tremanormen.nl wordt net als door de rechterlijke macht, gebruik gemaakt van het als standaard door de rechterlijke macht gebruikte alimentatierekenprogramma INA-PFR, waarmee wij berekeningen maken voor particulieren, zelfstandigen, DGA´s, advocaten en mediators. Gebruikmaking van dit alimentatierekenprogramma is om die reden wel zo raadzaam. In de regel wordt er door de rechterlijke macht op draagkrachtberekeningen gemaakt met andere software dan INA-PFR geen acht geslagen.

Share

Confrontatie van behoefte en draagkracht

De te bepalen alimentatie wordt begrensd door de vastgestelde draagkracht en behoefte. De laagste van de twee maximeert de alimentatie. De wettelijke opdracht om met behoefte en draagkracht rekening te houden, opent evenwel de mogelijkheid om op grond van de onderlinge verhoudingen tot een lager bedrag dan het maximum te besluiten.

Ingeval partneralimentatie moet worden vastgesteld

Als er sprake is van eigen inkomen van een onderhoudsgerechtigde en/of van een relatief hoge behoefte en draagkracht, kan het nuttig en redelijk zijn de financiële situatie van partijen op basis van ieders inkomen en lasten te vergelijken. Men noemt dit een jusvergelijking. Aan de hand daarvan kan bezien worden of er reden is een lagere bijdrage vast te stellen dan de berekende maximale draagkracht bij de onderhoudsplichtige.

In het algemeen vindt de werkgroep alimentatienormen van de NvvR het redelijk, dat de onderhoudsgerechtigde niet meer “vrije ruimte” of  “jus” overhoudt dan de onderhoudsplichtige; met andere woorden de onderhoudsgerechtigde behoeft niet in een betere financiële positie te worden gebracht dan de onderhoudsplichtige (N.B.: er bestaat geen regel dat partijen na de scheiding in beginsel een gelijk besteedbaar inkomen behoren te hebben). Voorwaarde voor een goede vergelijking is een gelijke behandeling van partijen bij de beoordeling van hun lasten. Voor de onderhoudsgerechtigde kan op dezelfde wijze als voor de onderhoudsplichtige een draagkrachtberekening worden gemaakt met daarin verwerkt de bijstandsnorm (in beginsel voor een alleenstaande, tenzij er nog andere gezinsleden zijn die (mede) door de onderhoudsgerechtigde moeten worden onderhouden dan de kinderen van partijen), de woonlast, de premie ZVW en andere bijzondere, noodzakelijke lasten. Luxe uitgaven waaraan de onderhoudsgerechtigde tijdens het huwelijk gewend was, dienen niet in het draagkrachtloos inkomen te worden opgenomen; bij de onderhoudsplichtige gebeurt dit immers ook niet. Vervolgens wordt dan vergeleken welke “jus” ieder overhoudt na betaling van een bepaald bedrag aan partneralimentatie door de onderhoudsplichtige. Bij de onderhoudsplichtige wordt de eventueel te betalen kinder­alimentatie (voor hun beider of andere kinderen) als last meegenomen. De door de onderhoudsgerechtigde ontvangen kinderalimentatie wordt direct toegerekend aan de desbetreffende kinderen en geldt voor die ouder niet als inkomen. Wel wordt bij de bepaling van het inkomen van die ouder rekening gehouden met de aan die ouder toekomende fiscale voordelen van het tot het gezin behoren van kinderen, voornamelijk ten gevolge van het benutten van extra heffingskortingen.

De aldus berekende jus bij elk van beide partijen verschaft inzicht in de financiële gevolgen van een scheiding. Deze jus hebben beide partijen immers nodig om te voorzien in de luxe uitgaven (de welstand) waaraan zij gewend waren tijdens het huwelijk. Denk bij voorbeeld aan vakanties, een auto, contributies van clubs en dergelijke. De onderhoudsgerechtigde dient deze luxe lasten wel aannemelijk te maken.

De berekende jus dient niet te worden verward met het begrip “vrije ruimte” dat in geval van een reguliere draagkrachtberekening gebruikt wordt, te weten het gedeelte van de draagkrachtruimte (40% of 55% dat resteert na 60% of 45% alimentatie van die ruimte in de bruto methode) dat de onderhoudsplichtige zelf mag houden. De jus in een jusvergelijking kan gelijk zijn aan of zelfs groter dan dat zelf te behouden deel van de draagkrachtruimte, maar niet kleiner omdat de vergelijking er volgens de werkgroep niet toe mag leiden dat er meer alimentatie wordt vastgesteld dan de draagkracht van de onderhoudsplichtige op grond van de richtlijnen van de werkgroep toelaat. Dit gevolg acht de werkgroep in het algemeen niet redelijk. Minder alimentatie dan de draagkracht toelaat, is wel mogelijk, bijvoorbeeld indien uit de vergelijking blijkt dat de onderhoudsgerechtigde meer jus overhoudt dan de onderhoudsplichtige. Indien de jus van de onderhoudsgerechtigde groter is dan die van de onderhoudsplichtige, is er reden een lagere alimentatie vast te stellen, in beginsel een zodanige alimentatie waarbij beide partijen een gelijke vrije ruimte hebben. Met behulp van het alimentatierekenprogramma INA kan dit eenvoudig worden berekend.

Share

Bijlage 2012 (tweede helft) bij het rapport van de Werkgroep Alimentatienormen beschikbaar

In deze versie van de bijlage (juli 2012) bij het rapport Alimentatienormen is een aantal aanpassingen doorgevoerd. Deze aanpassingen houden verband met de wijzigingen in de Wet Werk en Bijstand per 1 juli 2012. Deze wijzigingen zijn het gevolg van de Wet inkomensaanvulling 2005. Door deze wet veranderen de bedragen van de uitkeringen die zijn afgeleid van het netto minimumloon en vindt een aanpassing in de berekening van het vakantiegeld plaats. De bijlage 2012 tweede helft is te downloaden op www.tremarapport.nl

Share